CV-Koers | juni 2006 | Column Aad Kamsteeg

Er zijn christenen die al te gemakkelijk een isgelijkteken zetten tussen Gods spreken vroeger en nu. Maar dat neemt niet weg dat Hij wel degelijk spreekt

God verstaan
In zijn Op zoek naar de onzichtbare God herinnert schrijver Philip Yancey aan het bekende De christenreis van John Bunyan. Yancey schrijft dat de kijk van de puritein Bunyan op het leven van een christen nogal verschilt met wat hij daarover tegenwoordig veel leest. ‘Om de andere bladzijde maakt de pelgrim een domme fout en verliest hij bijna zijn leven. (…) Maar in geloof vervolgt de man zijn weg om met veel vallen en opstaan aan te komen op zijn bestemming, de Hemelse Stad.’
Hadden de meeste van die ‘domme fouten’ vermeden kunnen worden. De Amerikaanse baptistenvoorganger Dallas Willard stelt in zijn God verstaan impliciet dat dit inderdaad het geval is. Wij zijn gemaakt om Gods stem te verstaan, zegt hij, ook als we voor belangrijke beslissingen staan. Afgezien van het toepassen van bijbelse principes is ‘de inwendige stem de beste en meest waardevolle vorm van persoonlijke communicatie om Gods bedoelingen te leren kennen’. Daarbij gaat het om communicatie die ‘toepasselijk, gedetailleerd en concreet is’.

Eigen stem
Ik moet hierbij denken aan de waarschuwing dat het ‘reeds’-karakter van het Koninkrijk van Christus zo sterk wordt benadrukt, dat het ‘nog niet’ naar de achtergrond verdwijnt. Willard haalt ergens de puritein Thomas Goodwin aan, die in verband met het verstaan van Gods stem zegt dat ‘niets zo onbetrouwbaar is als het (menselijk) hart’ (Jer. 17:9). Met andere woorden: hoe onderscheiden we Gods stem van die van onszelf? Willard zegt niet veel over de strijd tussen ‘vlees en geest’ die de wedergeboren mens voert. Hij constateert dat wanneer gelovigen ontvankelijk zijn, zij aan de hand van omstandigheden, indrukken van de Geest en Bijbelgedeelten ‘de stem van God zonder veel moeite leren herkennen’. Overigens nuanceert Willard één en ander ook weer. Het verstaan van Gods stem in het eigen innerlijk hangt onverbrekelijk samen met groei in vertrouwelijke omgang met de Vader. Daarbij gaat het om voortdurend besef van zijn tegenwoordigheid, gehoorzaam leven en biddend Bijbellezen. En ook dan kunnen we ons vergissen. ‘God is niet van plan ons onfeilbaar te maken door zijn vertrouwelijke omgang met ons (…). Luisteren naar God maakt ons eigen besluitvormingsproces niet overbodig.’
Dallas Willard weet dat veel misbruik op de loer ligt. Een ander recent boek, Ray Pritchards Ontdek Gods wil voor uw leven, zegt daarover meer. Pritchard komt met een viervoudige test: (1) Toets wat u hoort aan de Bijbel, (2) wacht enige tijd met een beslissing, (3) luister naar de raad van wijze christenen en (4) vraag God of Hij uw ervaring op niet-bovennatuurlijke manier bevestigt.

Blinde vlek
Is ons innerlijk alleen maar onbetrouwbaar? Welnee, we geloven dat de Geest in harten van gelovigen woont. Hij leidt hen naar de volle waarheid, de Here Jezus Christus (Joh. 16:13). Hij geeft innerlijk getuigenis dat de Bijbel het unieke geschreven Woord van God is en laat ons er amen op zeggen. En Hij doet méér. Kerkvader Augustinus werd door een stem ‘neem en lees’ naar Romeinen 13 geleid: ‘Omkleed u met de Heer Jezus’. De hele geschiedenis door vertelden gelovigen dat de Geest hen op het juiste moment de juiste woorden ingaf. Nog onlangs zei een geliefde broeder mij dat de Here hem via een innerlijke stem had geholpen een belangrijk document te krijgen.
Er zijn christenen die al te gemakkelijk een isgelijkteken zetten tussen hoe God sprak met profeten, discipelen en apostelen, en hoe Hij spreekt met ons. God is inderdaad dezelfde. De context echter vaak niet. Maar dat neemt niet weg dat we een blinde vlek kunnen hebben voor wat de Geest aan bijzondere dingen doet. Terecht waarschuwt Willard voor ‘christelijk’ deïsme: na het schrijven van de Bijbel heeft God geen verdere bemoeienis meer met ons. Daarom hierbij Willards advies: “Ga op je knieën en zeg: ‘Heer, ik heb U nodig om te weten wat ik moet doen, en ik luister. Spreek alstublieft tot mij door mijn vrienden, door boeken, door tijdschriften en door omstandigheden.”