Uitdaging | December 2007 | Ronald Koops

Is aanbidding meer dan muziek of liederen zingen? Wel degelijk! Oprechte aanbidding is meer dan een geestelijke uitvlucht op zondag, maar begint en eindigt bij God. Een ontdekkingstocht.

Boekrecensie door Ronald Koops
Voor veel kerken en gemeenten is de tijd gekomen om de aanbidding die God centraal stelt te herontdekken. Herontdekken? Ja, wl als aanbidding niet op God gericht is, maar een uiting is van onze emoties en gevoelens. Aanbidding in de gemeente mag namelijk nooit naar ons verwijzen, maar altijd naar de Vader. Het mag nooit een doel op zichzelf zijn, maar mag heenverwijzen naar de verheerlijkte Christus die aan de rechterhand van de Vader zit. Om het anders te zeggen: Aanbidding is niet voor ons, maar voor God. Als we Hem uit het oog verliezen en als aanbidding alleen maar gaat over wat wij voelen, wat wij ervaren, wat wij denken, dan verliest aanbidding de essentie. Openbaring 4:11 zegt het kernachtig: "U komen alle lof, eer en macht toe, Heer, onze God, want u hebt alles geschapen: uw wil is de oorsprong van alles wat er is." Bij aanbidden wordt de aandacht dus niet op ons gelegd, maar op God.

Ook het leven van Christus leidt ons tot de Vader. Wat was zijn doel in Zijn leven hier op aarde? Niet om Zichzelf te verheerlijken, niet om goodwill te creren bij de mensen, maar zijn levensdoel bestond slechts uit n ding: De wil te doen van Zijn vader. In Filippenzen 2 staat het prachtig geformuleerd, als er een krachtige oproep wordt gedaan om dezelfde gezindheid als Jezus aan te nemen: Hij deed afstand van Zijn heerlijkheid en werd gelijk aan een mens. Met n doel: gehoorzaamheid aan de Vader, tot in de dood toe. De bediening van Christus, leidt ons tot de Vader en Hij maakt in Johannes 4 heel duidelijk dat ware aanbidders, degenen die Gods wil ernstig zoeken, als grondtoon van hun leven de Vader aanbidden en uitroepen: 'Abba, Vader!' Als deze vertrouwensband tussen ons en God de Vader verstoord wordt en wij geen vrijmoedig 'Abba' kunnen zeggen, droogt de aanbidding op. Alleen het werk van de Geest kan deze relatie met God opnieuw tot stand brengen: door de Geest roepen wij 'Abba Vader'. Dat is het hart van aanbidding: erkennen dat Hij God is, dat Hij Abba is, dat Hij goed is. We begrijpen misschien niet alles en er zijn misschien zorgen of problemen, maar we richten onze aandacht op Jezus en Zijn goedheid, Zijn heerlijkheid, Zijn glorie en we erkennen en belijden dat Hij goed is.

Hij is weliswaar goed, maar we leven temidden van gebrokenheid. Aanbidding bevat daarom altijd een kern van spanning. We zien Gods heerlijkheid op plaatsen van zwakheid en lijden. Daarom is aanbidding geen uitvlucht, maar ons perspectief. Met aanbidding geef je uitdrukking aan je verlangen, aan je hoop. Aanbidding laat het eeuwige en blijvend krachtige licht van Christus schijnen op ons tijdelijke en door lijden gekenmerkte leven, het geeft letterlijk een andere lichtval.
God heeft onze wereld zo liefgehad dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven. Wat mag onze reactie zijn? Proberen dat wonder te doorgronden? Dat zal ons niet lukken. Proberen het te geloven? We kunnen het proberen. Toch geloof ik dat de enige juiste houding van een mens naar Christus een houding van knielen is, van overgave, van liefde, van gehoorzaamheid, van aanbidding. Christus volgen is niet alleen in Hem geloven (doet satan dat niet ook?), of veel over Hem weten (kennis zou hoogmoedig kunnen maken), maar Hem liefhebben. Niet voor niets heeft het woord aanbidding in het Grieks meerdere betekenissen zoals: 'kussen, knielen, een houding van diep respect aannemen'. Ware aanbidding is een uiting van overgave, gehoorzaamheid en liefde, als reactie op Zijn liefde. Je mot Hem niet volgen, je wilt het. Je met Christus niet liefhebben, je wilt het. Je met Hem niet verhogen, je wilt het. Uit dankbaarheid, uit liefde. Petrus had Jezus drie keer verloochend en tot drie keer toe vroeg Hij aan hem: Heb je me lief? Ik geloof dat dat Gods diepste vraag is aan de kerk van alle tijden, aan Zijn kinderen aan u en aan mij: Heb je me lief? Als we Zijn grote liefde doorgronden, ook al is het maar een beetje, dan kunnen we niets anders dan onze knien buigen en Hem aanbidden.