Josca zit in groep acht. Over zeven dagen gaat ze met haar groep op kamp, als afsluiting van de basisschoolperiode. De leukste jongen van de klas is Peter. Hij is ook nog eens jarig tijdens het kamp. Logisch dat Josca er enorm veel zin in heeft.
Maar, thuis vertelt ze niets over het kamp en de voorbereidingen. Thuis, dat is een moeder in een rolstoel, babyzusje Luca van zeven maanden, twee broertjes en een vader met een eigen zaak. Josca kan onmogelijk gemist worden, denkt ze. Toch wil ze dolgraag mee.
Dan, vier dagen voor het kamp begint, wordt Josca's kleine zusje ziek…
Wat heeft Luca? Waarom is haar moeder vaak zo onbereikbaar? Gaat Josca mee op kamp? Of besluit ze om thuis te blijven?
Vanaf ca. 10 jaar
NBD|Biblion recensie
Josca zit in groep acht en haar klas gaat op kamp. Thuis vertelt ze er echter niets over, want voor haar is het daar de omgekeerde wereld: zij moet zorgen voor haar babyzusje, twee broertjes en haar moeder, die door een ongeluk in een rolstoel zit. Haar vader heeft het druk met zijn zaak en Josca denkt dat ze thuis niet gemist kan worden. Bovendien wordt haar kleine zusje ook nog ziek. Twee dagen voor het kamp neemt ze een besluit, maar een telefoontje zet weer alles op z'n kop. Chronologisch verteld verhaal dat zich afspeelt binnen een week, van maandagochtend tot de volgende maandagochtend. Geschreven in ik-vorm, dichte bladspiegel. Hier en daar niet altijd logisch of waarschijnlijk (thuisblijven van school). Het meisje neemt wel een erg grote verantwoordelijkheid op zich. Het protestants-christelijke element is niet al te nadrukkelijk aanwezig. Omslagillustratie met Josca en het babyzusje in haar armen; op de achtergrond de moeder.